Vragen over BOC, HOC en vakbondafvaardigingen

Wat moet op een BOC overlegd?

worden en wat op een HOC? (BOC = basisoverlegcomité ?)

Dat hangt af over welk personeel het gaat. Als het uitsluitend gaat over personeel dat afhangt van een BOC wordt overlegd in dat BOC. Gaat het over personeel dat afhangt van meer dan één BOC wordt overlegd in het HOC.

Wat de materies betreft, is er geen verschil tussen een BOC en een HOC.

Wat is de waarde van een protocol in comité C voor de OCMW’s? Als er daarna een koninklijk besluit verschijnt (zoals attractiviteitsplan) en dat neemt niet alles over van het protocol? Wat moeten de OCMW’s dan met de zaken die de vakbonden aanbrengen als zijnde bestaand in het protocol? Het gaat om het koninklijk besluit betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep … van 22 juni 2010 en gepubliceerd in het BS van 7/7/2010. In artikel 5 staat er een definitie over wat er onder het personeel aan het bed van de patiënt wordt verstaan. De vakbond beweert dat het afgesloten protocol in comité C over deze materie verder gaat en zou stellen dat het ook over andere personeelsleden zou gaan die in het rusthuis werken. Ze proberen dit dan lokaal af te dwingen.

Het gaat om een zeer complexe zaak. Ik ben geen expert ter zake. Ik stel alleen vast dat artikel 5 van het KB van 22 juni 2010 letterlijk overneemt wat in dat verband in het protocol vermeld is (protocol nr. 2010/01 van 24.03.2010 van het federaal comité C).

In elk geval, mocht het zo zijn dat het protocol verder gaat dan wat het KB vermeldt , is er niets dat een vakbond belet van dat op lokaal vlak trachten af te dwingen. Het zou me nochtans verwonderen dat de vakbonden (op een hoger niveau dan het plaatselijk niveau) niet zouden ageren als het KB het protocol niet volledig uitvoert.

Moeten functiebeschrijvingen nog overlegd worden met de vakbonden?

Zij worden gebruikt als instrument voor de vaststelling van de personeelsformatie zoals dat in de plaatselijke besturen het geval is. In dat geval worden die functiebeschrijvingen beschouwd als ”algemene richtlijnen met het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie” (artikel 2, § 1, 1°, wet 1974). Die functiebeschrijvingen worden conform de in het bestuur gekozen standaard opgesteld door het management of de personeelsdienst onder eindverantwoordelijkheid van het hoofd van het personeel. Die standaard (met inbegrip van de functie-inhoud en het functieprofiel en competentieprofiel) moet beschouwd worden als een algemene richtlijn als hierboven vermeld. Hij is een waarderingsinstrument binnen de perken van het loopbaanstelsel. Zij hebben onder meer een invloed op de selectieprocedures en de interne personeelsmobiliteit. Met standaard wordt bedoeld: een vaste systematiek, een vaststaand model. Over de te gebruiken standaard voor de functiebeschrijvingen moet dus onderhandeld worden. De individuele functiebeschrijvingen zijn geen onderhandelingsmaterie. Toch vormen ze, bij de oprichting van nieuwe betrekkingen, documenten waar de vakorganisaties inzage in hebben. Immers, die nieuwe betrekkingen worden opgericht op grond van de individuele functiebeschrijvingen en zijn dus te beschouwen als “documentatie die voor het overleg nodig is” (artikels 27, derde lid, en 47, eerste lid, KB 1984).

Wat is het verschil tussen een verslag van het vakbondsoverleg en een protocol? Zijn er vormvereisten? Wanneer moet wat toegepast worden? Waar vinden we dit in de regelgeving?

Met “verslag van het vakbondsoverleg” bedoelt de vraagsteller waarschijnlijk “het met redenen omkleed advies” van het overlegcomité.

Een protocol is een politieke verbintenis.

Een advies is, zoals het woord het uitdrukt, een advies aan de overheid. De overheid verbindt zich niet tot iets.

(Wel is het zo, maar dat is buiten de vraag, dat, als de overheid na de onderhandeling/overleg, de maatregel wijzigt, opnieuw moet onderhandeld of overlegd worden).

Wanneer en welke zaken moeten vooraf worden voorgelegd aan het personeel en nadien worden uitgehangen?

En wat als het personeel niet akkoord is met de voorgestelde plannen? Wat is de procedure?

Geen enkele zaak.

Het is mogelijk dat de vraagsteller het arbeidsreglement (opstelling of wijziging ervan) bedoelt.

De aanplakking wordt voorgeschreven door artikel 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van arbeidsreglementen in de bedrijven waar er geen ondernemingsraad bestaat en geeft de werknemers de mogelijkheid in een register hun opmerkingen te vermelden.

Aangezien de procedures voorgeschreven door het vakbondsstatuut van de wet van 19 december 1974 en de uitvoeringsbesluiten van 28 september 1984 en 29 augustus 1985 moeten gevolgd worden, gelden de artikels 11, 12, 12bis en 12ter, van de wet van 8 april 1965 niet.

Wat met het statuut van de afgevaardigden in het OCMW? Wat zijn hun rechten en plichten tav het bestuur. Mooi overzichtje daarvan zou leuk zijn.

Met uitzondering van de vaste afgevaardigden, hebben de personeelsleden in het OCMW niet permanent het statuut van vakbondsafgevaardigde.
Zij hebben dus geen “statuut” . Ze hebben wel bepaalde rechten. Zij kunnen vakbondsverlof krijgen voor bepaalde activiteiten met inachtneming van de voorwaarden en nadere regels. Zij kunnen geen tuchtstraf of ander nadeel ondervinden voor handelingen die zij in de hoedanigheid van vakbondsafgevaardigde verrichten en die rechtstreeks verband houden met de door hen uitgeoefende prerogatieven. Anderzijds zijn ze tot discretie gehouden over feiten en bescheiden van vertrouwelijke aard en mogen ze die bekend maken als de overheid ze vooraf als geheim heeft verklaard.

Hoeveel vakbondsafgevaardigden mogen er zijn in het bestuur? Kan de vakbond blijven personeel vrijstellen en op opleiding sturen?

Als het niet gaat om vaste afgevaardigden, verantwoordelijke leiders en vaste gemachtigden (wat waarschijnlijk het geval is), is de vraag verkeerd geformuleerd.

Een vakbond heeft geen “recht” op een aantal afgevaardigden zoals dat het geval is in de ondernemingsraden van de privésector naar gelang het aantal werknemers. Personeelsleden kunnen prerogatieven uitoefenen en tijdens het uitoefenen van die prerogatieven hebben ze de hoedanigheid van vakbondsafgevaardigde. Zij kunnen ook onder bepaalde voorwaarden vakbondsverlof krijgen voor het uitoefenen van die prerogatieven.

Er bestaat geen maximum aantal personeelsleden die dat kunnen doen MAAR:

  • personeel vrijstellen: enkel voor de activiteiten vermeld in de artikels 81 tot 84, KB 1984 en volgens de voorwaarden en nadere regels vermeld in die artikels.
  • “op opleiding sturen” = is nergens bepaald in de regelgeving. Voor “opleiding” kan dus geen vakbondsverlof gegeven worden.

Een personeelslid, vakbondsmilitante die toelating gekregen heeft om deel te nemen aan het HOC en BOC, heeft deze recht op dienstvrijstelling voor het volgen van vormingsdagen georganiseerd door de vakbond zelf?

In elk geval niet op grond van het vakbondsstatuut. Geen enkele regelgevende bepaling van dat statuut voorziet daarin.

Terug naar dossiers